Afronden van de hulpverlening

Noodoproepen komen altijd plotseling. Na één tot drie kwartier keer je weer terug naar de situatie zoals die was voordat de noodoproep kwam. Wanneer je weer tot rust komt, is er ook ruimte voor je gedachten over de dingen die je hebt meegemaakt. Die kunnen positief zijn omdat je iets voor een anders hebt kunnen doen. Positieve gedachten geven je een positief gevoel.

Maar omdat reanimeren over leven en dood gaat kunnen er ook zorgelijke gedachten bij je opkomen met een negatief gevoel tot gevolg. Het advies is om erkenning te geven aan jouw gedachten en gevoel en om de hulpverlening af te ronden. Dat kan door met de andere hulpverleners na te praten of door de gebeurtenis van je af te schrijven.

Na het meemaken van een heftige gebeurtenis is het normaal om de volgende reacties te hebben; schuldgevoel omdat je méér had willen doen, twijfel of je het wel goed hebt gedaan, drukte in je hoofd, in gedachten steeds terug zijn bij de hulpverlening, spanningsklachten zoals hoofdpijn of maagpijn en angst of onzekerheid voor de volgende noodoproep. Veel vragen die het nazorgteam behandeld houden verband met onwetendheid. De burgerhulpverleners werden opgeroepen maar beseften zich niet waar ze in terecht zouden komen. De training geeft een realistisch beeld van een echte reanimatiehulpverlening waardoor het nieuwe er al een beetje vanaf is. Na de training weten burgerhulpverleners al waar zij bij een echte reanimatiehulpverlening rekening mee moeten houden en welke bijdrage ze kunnen leveren. Ze zeggen zich meer zelfredzaam en zelfbewust te voelen.

  • Lees je in op websites zoals de Hartstichting en op youtube
  • Bezoek een voorlichting, zie de agenda op www.groningenhartveilig.nl
  • Ervaar een reanimatiehulpverlening bij de 6-minutentraining en
  • Vraag je af; wat deed ik goed en wat zou ik beter anders kunnen doen?
  • Zoek een manier om de hulpverlening voor jezelf af te ronden
  • Voor het stellen van vragen kun je altijd bij jouw instructeur terecht

Afronden van de hulpverlening

“... Toen reed de ambulance de straat uit en daar stond ik. Eenmaal weer thuis leek alles heel onwerkelijk. De TV stond nog aan en het eten was koud geworden. Ik was nog helemaal vol van wat ik had meegemaakt. Ik merkte dat er nu allemaal vragen in mij opkwamen. Zou het slachtoffer dit overleven? Heb ik het wel goed gedaan? Liep ik niet teveel in de weg? Ik begon enorm te twijfelen......”