Begeleiden van familie en kennissen

Voor je gevoel denk je wellicht dat je iets zinnings of hoopvols moet zeggen. Echter is het belangrijkste dat je er bént. Stel je op als goede buur die nu meer waard is dan de spreekwoordelijke verre vriend.

Het is begrijpelijk dat je reageert op het verdriet van de ander. Een natuurlijke reactie is dat je het leed van de ander wilt verzachten. Wees alert op het geven van valse hoop. ''Het valt wel mee' of 'het komt allemaal wel goed' zijn daar voorbeelden van.

De reacties van familieleden verschillen sterk. De één gaat op een stoel zitten (huilen) terwijl de ander juist het gevoel heeft iets te moeten doen. Weer een ander is nog helemaal vol van het moment van de onwelwording en wil zijn verhaal aan je kwijt. Stel jezelf voor en vraag of er iets is wat je kunt doen. Aan de reactie zie je vaak hoe je het beste kunt helpen.

Haal familie niet bij het slachtoffer vandaan. Breng ze slechts op gepaste afstand om niet in de weg te lopen. Besef je dat familie op dit moment tussen hoop en vrees leeft en hun geliefde niet 'in de steek' wil laten.
Wees voorzichtig met aanrakingen. Een hand op iemands schouder leggen gaat als vanzelf. Dat is overigens niet fout omdat het jouw betrokkenheid op het familielid toont. Maar houdt er rekening mee dat niet iedereen het prettig vindt om door een onbekende te worden aangeraakt. Laat de familie met rust als hij of zij dat liever wil.

Je kunt familie heel praktisch begeleiden bij het voorbereiden op het vervoer naar het ziekenhuis. Maar overleg dit eerst met de ambulanceteams! Wanneer slachtoffers thuis overlijden, gaan zij meestal niet met de ambulance mee. Om geen valse hoop te geven overleg je eerst met de ambulance of je er verstandig aan doet om de familie voor te bereiden om mee te gaan naar het ziekenhuis.

  • Samen zoeken naar medicatie
  • Relevante gegevens over het slachtoffer uitvragen
  • Voorbereiden op rit naar ziekenhuis (in overleg);
    • Moet de familie of kennis zich nog aankleden?
    • Gebruikt hij zelf ook medicatie?
    • Zijn het gas en licht uit?
    • Heeft hij zijn huissleutels bij zich?
    • Heeft hij kleingeld of een pinpas bij zich?
    • Heeft hij belangrijke telefoonnummers bij de hand?

Begeleiden1
Begeleiden2
Begeleiden3

Begeleiden van familie en kennissen

“... Achteraf gezien beleefde ik alles in een soort roes. De mevrouw van 112 vroeg van alles maar ik kon het op dat moment allemaal niet opslaan. Ik was echt in paniek. Toen kwam er ineens iemand binnen. Ik had geen idee wie het was maar dat maakt je op zo'n moment ook niet uit. Hij ging naar mijn man en hielp hem. Kort daarna kwamen er nog een mevrouw en een jongen die ik weleens hier in de buurt had gezien. Ik was stomverbaasd. Waar kwamen die nou allemaal vandaan? Daarna stapten twee agenten gespannen ons huis binnen en ik riep maar aldoor dat de ambulance moest komen. Wist ik veel dat al deze mensen bij dit soort situaties ook komen om te helpen. Daar sta je toch ook nooit bij stil? Er ging van alles door mij heen. Ik was bezorgd en bang maar ook verrast en opgelucht...
Die jongen uit de buurt bleef de hele tijd bij mij. Wat was ik daar blij mee want ik liep alleen maar heen en weer, als een kip zonder kop. Hij vroeg allemaal dingen over mijn man. Toen kwam de ambulance binnen. Even werd ik weer paniekerig maar die jongen bleef zo rustig. Op den duur kon ik zelfs even naar hem glimlachen. Ik had mijn nachthemd nog aan en hij vertelde me dat het wellicht verstandig was om me alvast aan te kleden en schoenen aan te trekken. Mocht mijn man naar het ziekenhuis worden gebracht dan kon ik direkt mee. Fantastisch waar hij allemaal aan dacht. Huissleutels, mijn tas, of er nog iets op het gas stond. Dat was allemaal nooit in mij opgekomen......”