Op weg naar de hulpverlening

Misschien valt het je onderweg op hoe traag alles lijkt te gaan in het verkeer. De adrenaline maakt dat je alert en energiek wordt. Desondanks blijven de normale verkeersregels gelden en daar moet je je als burgerhulpverlener aan houden. Het gebruik van de claxon of van alarmlichten onderweg naar het slachtoffer is niet toegestaan. Evenmin te hard rijden en inhalen. Je zult je dus als normale verkeersdeelnemer in het verkeer moeten gedragen. Zelfbeheersing is voor burgerhulpverleners een uitdaging.

Tijdens de 6-minutentraining kun je ervaren hoezeer deze gejaagdheid invloed op jou heeft. Wanneer je bij aankomst al één ambulance of politievoertuig ziet staan, keer dan niet direkt om. Stel je bij binnenkomst voor, zeg dat je burgerhulpverlener bent en vraag of je ergens mee kunt helpen. Mocht na overleg blijken dat jouw hulp niet nodig is, dan kun je voorstellen om nog ongeveer vijf minuten bij de deur te wachten om andere burgerhulpverleners weer terug te sturen.

Niemand is altijd in de gelegenheid om naar slachtoffer te gaan. Burgers voelen zich daar schuldig over. Dat is goed te begrijpen. Het is belangrijk te weten dat de verantwoordelijkheid voor snelle burgerhulp niet alleen maar op jouw schouders rust. Die verantwoordelijkheid dragen we als samenleving. Het oproepsysteem houdt er rekening mee dat je niet altijd kunt gaan en alarmeert daarom, maximaal, dertig burgerhulpverleners. Drie á vier burgerhulpverleners zijn meestal voldoende. En bij de volgende noodoproep is de verdeling weer anders. Dan kun jij wel maar zijn anderen niet in staat om te gaan.